Tag: Groningen

de omslag van een alcoholist!

kort geleden was ik bij een vriend op bezoek. die een probleem heeft met alcohol.  ik heb hem ontmoet  in de klas, maar hem wat beter leren kennen terwijl hij met me meereed naar school. een intelligente jonge man jonger nog dan ik zelf ben . voor alle duidelijkheid staat hij al een tijdje droog, maar soms heeft hij het gewoon nog enorm moeilijk. hij vertelde me dat hij een artikel aan het schrijven was voor een bepaald blad en liet mee zijn artikel lezen. ik vond het een mooi en echt artikel. juist waar ik zo van hou.  echte mensen en echte ontmoetingen. niet perse iets christelijks of kerks(eigenlijk heeft Tjeerd daar gewoonweg helemaal niets mee ) maar mensen  gewoon zoals ze zijn. tjeerd de schrijver van dit verhaal is geen christen. hij is een vriend geworden door gewoon open te zijn. ik hoop ook een vriend voor hem te kunnen zijn. hieronder lees je zijn gedachten en gevoelens die ik natuurlijk met toestemming heb geplaatst. moedige stap nietwaar?  dank je wel Tjeerd.

De Omslag,

9 jaar alcoholist, 9 jaren van missen en nu leef ik weer, eindelijk weer, bijna mezelf en misschien hersteld?.

Hoe het begon, het begon met een en nu kan het ook weer beginnen met een. Dus nooit meer de eerste.

Heel sociaal begon het, op jonge leeftijd, natuurlijk, met het cliché van ‘het hoort erbij, iedereen doet en voor de gezelligheid’. Er waren tijden van gezelligheid en leuk, maar het werd een allergie, een druppel die na jaren van drinken de emmer deed overlopen. Vanaf dat moment was ik verslaafd aan drank, ik moest het hebben. Bij alles dacht ik: ’ heb ik drank genoeg?, kan ik het krijgen? Nu , wanneer kan ik het drinken? etc.’

Ik moest drinken tegen gedachtes, tegen nerveusheid, tegen de tremors, om te kunnen werken, gewoon om normaal te kunnen functioneren. Maar goed echt normaal functioneren deed ik allang niet meer, 80 ongelukken en dubbel zoveel ambachten. Ik startte met van alles met maar maakte niks af.

Desalniettemin er moest drank zijn, elke keer en steeds meer. En toen kwam die eerste dag toch teveel en naar de detox.

Dat had ik natuurlijk ook snel overleeft en na 5 dagen stond ik uit vrije wil weer buiten, ik kon langer blijven voor observatie. Nee ik kon de vrijheid(lees alcohol) ruiken.

Hoelang ging het goed? Een paar maanden, ik weet het eens niet meer. Het ging op en neer, voor mij, ik leefde als een sinus golf. De berg op, lekker op nieuw starten, solliciteren en gelijk een  nieuwe baan nemen, nieuwe stad, nieuwe studie, nieuwe woonruimte. Echt, keer op keer, en altijd hetzelfde lied. Een maal boven op de berg belandt, beloonde ik mezelf met een drankje, en het hek was weer van de dam.

Erger kon het niet worden, zeker wel. Ik woonde in Deventer ik had alles weer op een rijtje, een frisse start. Dus niet, het eindigde in een alcohol psychose. Ik werd afgevoerd, geboeid, door de politie, naar een gesloten afdeling. Gelukkig trok het naar een paar dagen weg, in begin was het grappig maar die wanen dat was niet meer leuk.

3 maanden ggz in de provincie Groningen. Maar goed ik ging gewoon verder, dronk zelfs in de kliniek, ik kon het niet laten.

Ben ik nou hersenziek, geen ruggengraat, kwetsbaar, zoveel namen voor wat ik heb. Maar wat heb ik nou? Voor de naam alcoholist  of verslaafd schaamde ik me enorm. Als je met mensen praatte of niet-roken dat vinden ze maar al te goed, zeg je dat je niet drink, kijken ze je aan of je ziek bent, ik ben ook ziek.

En het riedeltje begint weer van vooraf aan, maar dan in Utrecht, een kleine bonus van 10 dagen PAAZ, i know the drill. Nu heb ik het geleerd, nee nog steeds niet, ik heb een hoofd van staal moet haast wel want hoe vaak ik mijn hoeft niet gestoten heb, er moet wel iets beschadigd zijn. Een ezel doet het beter, stoot zich maar twee keer.

En nu werken we wel naar heel destructieve hedonistische hoogtepunt toe, nou het is natuurlijk gewoon mijn diepte punt die ik bereik. Ik lig op de bodem van de put. Bij een kalf dempt men de put voor mij teveel putten om te dumpen. Al goed eind goed, ja eindelijk?, ik werd gevonden door mijn vader, levenloos, de artsen vonden het een wonder dat ik er boven op kwam in 3 weken.

En, sorry hoor, (sorry heeft geen impact meer), een jaar later maar toch nog weer opgenomen in het ziekenhuis gelukkig geen 3 weken maar 3 dagen maar toch door een overvloed van alcohol.

Wanneer de volgende keer, je kunt de de klok vast er op  gelijk zetten.

Ik hoop het niet. Denk ik, je weet het bijna niet meer. Je hebt maar een vriend en het is ook gelijk je grootste vijand. Een vriend in wolfs kleren die je schepen achter je verbrandt, ik voerde voor mezelf het nero bevel uit zuipen tot dat ik de laatste alcohol-adem uit blaas.

Gelukkig komt het niet zo ver, denk ik, ik word ambulant begeleid door Vnn, dat is beter dan opname, dat werkt niet althans voor mij. Ik heb een backup van refusal. En het meest wonderbaarlijk middel is voor mij is seroquel, van mijn psychiater van Vnn. Ik ben rustig niet meer gehaast, geen 1001 gedachtes, ik kan gewoon zitten, ik kan slapen,  ik functioneer, ik beleef de dag nuchter helder. En ik kijk niet door een wazige bril. Ik volg een opleiding en loop stage. Het is nieuwe start, een nieuw leven, eindelijk weer mezelf, ik ben weer ik.  Eindelijk normaal denk ik, maar goed wat is normaal?

Maar met een enorme kwetsbaarheid, dat weet ik nu, dat accepteer ik nu en ik schaam me er niet voor.

Tjeerd

Ik ben een gezalfde uut Grunning!

Ik ben een gezalfde

Ik ben trots op  wie ik ben.  Ik ben een Groninger. (Hoewel …als het er op aan komt.. eigenlijk een Drent) ik ben kort gezegd een noordeling en noorderlingen staan bekend om hun stijfkoppigheid. En noorderlingen hebben zoiets van doe maar normaal, dan doe je gek genoeg.  Maar helaas ook steek niet je kop boven het maaiveld uit of je kop word afgemaaid. Wat voor een dubbeltje geboren is wordt nooit een kwartje.  Misschien een beetje  zwart wit gesteld en misschien geld dit ook voor andere  provincies of gebieden van Nederland of ter wereld zelfs.

Trots op je afkomst?

Iedereen heeft zo zijn eigenaardigheden. Iedereen heeft zo zijn maniertjes. Niet voor niets is er de gezegde : ieder vogeltje zingt zoals hij is gebekt.

Ik vind het heerlijk in het Groninger land. Ik hou van de provincie en van het dorp waarin ik woon.  Ik hou van de mensen hier.  Beetje vreemd omdat ik hier niet ben geboren en getogen. In wezen ben ik  een buitenlander in mijn eigen dorp.  Eigenlijk zijn we  misschien allemaal vreemdelingen. Waar horen we nu werkelijk thuis. Paul Abspoel  stelt dat het op zich niet verkeerd is om dankbaar te zijn voor je levensomstandigheden en trots te zijn op je afkomst (al moet je daar wel mee oppassen!), maar het is dom om te denken dat je een beter mens bent omdat je op een bepaald stukje van de aardbol bent geboren…., het is onzinnig te denken dat je een beter mens bent omdat je geboren en getogen bent in een bepaalde plaats of een bepaald land.

Melk en honing

Welk voorrecht hebben wij om hier te kunnen wonen waar we wonen. Het land van melk en honing zou ik haast willen zeggen.  er zijn zoveel landen waar het zo veel minder is als wij. Mensen die hier komen  die we  een helpende hand kunnen bieden door ze  een plek te gunnen waar ze zich opnieuw zouden moeten kunnen ontplooien.  Mooie mensen, ik geniet van de  verschillen die je tegenwoordig ziet hier.  Vroeger als kind zag ik nooit  mensen van een ander ras. Mensen met een andere huidskleur.  Nu is het gewoon geworden. alhoewel sommigen het moeilijk vinden om  met  mensen om te gaan  wiens cultuur  ze (nog ) niet kennen.

 Maar er zijn ook veel mensen die wel hier geboren en getogen zijn. mensen die we zien als outcast.  Mensen die we  liever niet  zien. Mensen die problemen veroorzaken. Mensen die door de mangel zijn gehaald als het gaat om  hun leven. ze hebben veel dingen meegemaakt en zijn misschien zelfs wel op het verkeerde pad geraakt.  Ik vraag me even of deze mensen er in de maatschappij nog wel bij horen.

Onrustig kikkerlandje

Wat is er veel onrust in ons kikkerlandje. Ook in Groningen  is het niet stil. Zeker nu we het financieel steeds moeilijker krijgen lijkt het er op dat juist de mensen in de marge het nog moeilijker krijgen .  hoe gaan we daar nu me om? Ik geloof dat veel mensen , helaas ook veel christenen denken dat deze mensen het zichzelf allemaal zelf  hebben aangedaan. Dat ze  betere keuzes  zouden moeten maken. ze zijn een last voor de maatschappij volgens velen.

We hebben inderdaad een probleem , zegt Paul en dat is het probleem van onze hoogmoed, ons egoïsme en onze ongebreidelde welvaart. We zijn zo gewend geraakt aan luxe, dat we zijn gaan denken dat we recht hebben op overdaad en rijkdom.

barmhartigheid

Ik denk natuurlijk niet dat we alles maar zomaar  moeten accepteren en dat we niet moeten nadenken, maar  we hebben  tevens  verplichtingen aan de zwakkere in de maatschappij.  Natuurlijk fijn als we het allemaal zelf zo goed hebben, maar ik als christen  wil er ook graag zijn voor de mens in de marge. De mens die het moeilijk heeft. En natuurlijk worden er fouten gemaakt. maar tegelijk vraag ik me af  waar onze gastvrijheid ten opzichte van anderen is gebleven.  Waar onze barmhartigheid is gebleven.  Leven we  niet als christenen  niet veel te vaak alleen nog voor ons zelf en onze eigen wereld?  zijn we niet vaak te bang om met degenen te worden geassocieerd die behoeftig zijn. zijn we nog bereid om tijd en energie en geld  in anderen te steken om ze te helpen?  Wat  geef je aan anderen? 

Paul geeft ook aan dat hij vindt dat investeringen verstandig moeten gebeuren als het gaat om  vluchtelingen werk en ontwikkelingsamenwerking. Ik geloof het ook. We moeten investeren in mensen. in relaties met mensen. dat betekent onszelf openstellen om mensen werkelijk te leren kennen. wanneer we daartoe ook bereid zijn dan zullen we  bijna als vanzelf onze knip openen om  de ander te helpen. We leren  de  situatie van anderen te zien en te begrijpen.  We leren dan ook dat wij het misschien een stuk beter hebben gehad of beter geleerd hebben om bepaalde keuzes te maken.

Gezegend om tot zegen te kunnen zijn

Waar je woont is  niet  zomaar.  God heeft ons gezegend om tot zegen voor anderen te kunnen zijn. dat betekent letterlijk investeren in mensen.  in anderen leren we meer over ons zelf en leren we meer over wie God is. laten we delen van de zegen  die God in ons leven heeft gegeven om zo een zegen voor anderen te zijn.

In Lucas 4 kunnen we lezen hoe Jezus  een profetie voorleest over zichzelf uitgesproken door jesaja.

 ‘De Geest van de Heer rust op mij,

want hij heeft mij gezalfd.

Om aan armen het goede nieuws te brengen

heeft hij mij gezonden,

om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken

en aan blinden het herstel van hun zicht,

om onderdrukten hun vrijheid te geven,

 om een genadejaar van de Heer uit te roepen.’

 

Normaal ?

 

Wij nu die gelovig zijn en Gods geest in ons leven hebben toegelaten zijn evenzo gezalfd om  deze dingen te doen aan hen die   Hem nodig hebben.  laten we ons niet laten leiden door de heersende opinie of door onze hang naar het materiële, maar laten we daadwerkelijk Navolgers van Jezus Christus  zijn.  Ik merk hoe meer we geven aan deze mensen hoe  moeilijker  het soms word om met  “normale“ mensen  om te gaan.  veelal begrijpen ze soms niet waar we mee bezig zijn. ze begrijpen niet hoe  men  bereid is om aan bepaalde luxe  voorbij te gaan om anderen te kunnen helpen. Ik merk echter ook hoe meer ik geef  des te meer ik ook ontvang . niet financieel, maar wel de warmte, de liefde die ik ontvang  van degenen die Het zelf zo hard ook nodig hebben in het leven.

sprong in het duister of sprong naar het licht?

 

ik neem eigenlijk nooit blogs in zijn geheel over, deze is een uitzondering. Reinder die in het stuk genoemd  is een van de mensen met wie ik werk op de Spetse Hoeve en is daar een soort van knuffelvader geworden. iemand  die altijd tijd heeft voor een gesprek met de bewoners , maar ook voor zijn collega’s. een vriendelijk woord voor iedereen.  Henk bedankt voor dit stuk.

Als je leven op springen staat

Herman Brood was lief was voor zijn moeder, had iets van een kwetsbaar kind en was ondanks zijn verslaving toch innemend. Hij hield er de dubieuze kwalificatie “nationale knuffeljunk” aan over.

Maar Herman werd vooral bekend door zijn verslavingen, muziek en schilderijen. Hij schilderde in de cobrastijl. Vanwege zijn kleurenblindheid gebruikte hij primaire kleuren. Die kleurenblindheid was typerend voor Herman. Hij leefde zwart-wit, in uitersten. Zelfs tijdens zijn laatste daad, de sprong van het Hilton op 11 juli 2001, toonde hij deze uitersten. In zijn zak vond men een briefje met de tekst: “maak er nog een groot feest van”.

En dat feestje is er gekomen. In zijn zelf beschilderde Plymouth werd hij naar Paradiso gebracht en herdacht. Simon Vinkenoog declameerde daar een luid bejubeld zkg (zeer kort gedicht): “Brood leeft!” Na afloop kreeg de lijkwagen een bierdoop, waarna de motor het begaf. Waarschijnlijk verzopen. Dankzij de wegenwacht bereikte Herman uiteindelijk het crematorium.

Een triest verhaal van een ontspoorde man, die zijn leven op springen zette.

Maar ik eindig positief. Met een EO-uitzending van Nederland Zingt waarin ene Reinder Alkema centraal stond. Ooit succesvol jurist, maar door stress raakte hij verslaafd aan de coke en verloor alles. Uiteindelijk was zijn enige bezit een kartonnen doos. Zelf zegt hij: “Ik woog nog maar 51 kilo en plaste bloed.”

Op dat dieptepunt ontmoette Reinder iemand die met hem over het geloof praatte, waardoor hij de beslissing nam om er ”toch nog iets van te maken”. En dat doet hij nu al verscheidene jaren op de Spetse Hoeve, een boerderij van Teen Challenge in het Groningse Veelerveen. Daar is hij nu richtingaanwijzer voor verslaafde gasten, een levend voorbeeld hoe God een mensenleven kan veranderen.

Herman en Reinder. Om beiden was het inktzwart. Voordat ze in het diepe sprongen keek Herman omlaag en Reinder omhoog. Herman sprong alleen, Reinder met Jezus.

Henk van Blijderveen