Wat gebeurt er een hoop de laatste tijd. Ik heb het natuurlijk over de corona perikelen, nu heftige overstromingen zo dichtbij, maar eigenlijk bedoel ik de laag dieper. Veel onrust  ontstaat mede door druk van de media. Door hoe ze de zaken framen. Ook is de media een grote bron van verleiding. Ik ben me bewust dat ik nu mij profileer in die zelfde media door ook mijn verhaal te posten. Natuurlijk kunnen we stellen dat niet alles slecht is wat er met de media gedaan wordt.

Veel mensen worden meegezogen in allerlei zaken die de ziel in verwarring brengen. Zaken die levensbeheersend zijn en greep nemen over wie we als mens, gelovige zouden kunnen zijn. Veel mensen lopen vast in zaken als drugs, alcohol, pornografie, overspel, gokken, stelen, boosheid, bitterheid,… Onnoemlijk eigenlijk waar mensen zich zoal in laten verleiden en zich mee laten nemen.

Het heeft zo veel meer grip op het leven van mensen dan men in eerste instantie denkt. Sommigen ervaren dat er geen weg uit de situatie is. Dit geld helaas niet enkel voor mensen die nooit van God gehoord hebben, maar ook voor gelovigen. Ze denken dat er geen enkele manier is uit de situatie. Ze halen daarbij de woorden van Paulus aan uit Romeinen 7, woorden die hen niet helpen om uit de duisternis te komen. Ze vergeten namelijk de rest te lezen. Uit Romeinen 8 waar Paulus spreekt over de oplossing.

We weten dat de wet [ van Mozes ] een geestelijke wet is. Maar ík ben van vlees en bloed en een slaaf van het kwaad. En ik begrijp zelf niet wat ik aan het doen ben. Want ik doe niet wat ik zou wíllen doen. Maar ik doe juist dat wat ik níet wil doen omdat het slecht is. Als ik dus doe wat ik níet wil doen, geef ik toe dat de wet gelijk heeft en goed is. Maar dan ben ik het dus niet zelf, die verkeerde dingen doe. Maar het kwaad in mij doet dat. Want ik weet dat in mijzelf (en daarmee bedoel ik in mijn oude ‘ik’ ) niets goeds woont. Want ik wíl het goede wel doen, maar het lukt me niet. Want ik doe niet het goede dat ik zou wíllen doen, maar ik doe juist het slechte dat ik níet wil doen. Als ik nu juist doe wat ik níet wil, dan komt dat niet door mijzelf, maar door het kwaad dat in mij zit. En zo gaat het altijd: als ik het goede wil doen, zorgt het kwaad in mij ervoor dat ik het slechte doe. Want met mijn geest en mijn verstand wil ik graag doen wat de wet van God vraagt. Maar mijn ‘ik’ strijdt tegen mijn verstand en wil andere dingen doen. Zo word ik een gevangene van het kwaad dat in mij zit. Wat een vreselijke toestand! Wie kan mij bevrijden van dit ‘ik’ waar het kwaad in woont dat mij doodt? Prijs God: Jezus Christus! Het zit dus zo: met mijn geest en mijn verstand wil ik graag gehoorzaam zijn aan de wet van God. Maar mijn ‘ik’ gehoorzaamt aan ‘de wet van het kwaad.’
ROMEINEN 7:14‭-‬26 BB

Mensen zijn vaak gemakkelijk met woorden en nemen uit Het Woord vaak enkel wat ze zelf willen of wat hen het beste past. Als we verder zouden kijken dan onze neus lang is zien we dat er geweldig nieuws is, nml : er is absoluut verlossing over al die zaken die ons leven als het ware opeisen.  De oplossing vinden we in de kracht van de Heilige Geest.

De Heilige Geest wil in ons wonen zeggen we dan. Dat doet hij ook als we gelovig geworden zijn. Echter wat staat er dan in de weg? Het is onze ziel, die zijn eigen plan trekt. Onze wil, gedachten en persoonlijke verlangens hebben de overhand en daarmee staat het de vrijheid van de geest in de weg. De weg van God is de weg van verbrokenheid van de ziel. Daarmee krijgt Gods Geest in contact met onze geest de ruimte om te heersen in onze levens. De vraag is of wij bereidt zijn om verbroken te worden.

Maar als je bij Jezus Christus hoort, word je niet meer veroordeeld. Want dan leef je op de manier die de Geest wil, en niet meer op de manier die je ‘ik’ wil. Want doordat jullie bij Hem horen, heeft ‘de wet van de Geest’ die levend maakt, jullie vrijgemaakt van ‘de wet van het kwaad’ die doodt. De wet [ van Mozes ] kon de vriendschap tussen God en de mensen niet herstellen. Dat was onmogelijk doordat de mensen de wet niet kúnnen gehoorzamen. Ze kunnen niet gehoorzamen, doordat het kwaad ín hen zit. Maar God kon de vriendschap wél herstellen. Daarvoor stuurde Hij zijn eigen Zoon. Zijn Zoon werd precies zo’n mens als wij zijn. Namelijk een mens van vlees en bloed die door het kwaad verleid kan worden. Zo is door een mens het kwaad overwonnen [ doordat Jezus altijd gehoorzaam was aan God ]. Nu kunnen we helemaal doen wat de wet van ons vraagt. Want wij leven niet meer op de manier die ons oude ‘ik’ wil, maar op de manier die de Geest wil. De mensen die zich door hun ‘ik’ laten leiden, doen wat ze zelf willen. Maar de mensen die zich door de Geest laten leiden, leven op de manier die de Geest wil.
ROMEINEN 8:1‭-‬5 BB

Durven wij een leven te leven door de geest ipv te leven naar onze persoonlijke verlangens, gedachten, gevoelens? Als we voortdurend bezig zijn met onszelf is alles wat we krijgen ook uit onszelf. Maar voor de duidelijkheid, het gaat in het grotere geheel niet om jou of mij. Het gaat om Gods plan. Dat klinkt misschien enerzijds vervelend misschien omdat we zo gewend zijn dat het om onszelf draait in het leven. We hebben immers juist geleerd voor onszelf te kiezen.

We leren het al vroeg in ons leven. Als kind staan we in het middelpunt van de belangstelling of juist niet. Op school leren we op te komen voor onszelf tov anderen. We maken keuzes voor ons leven door bepaalde opleiding te kiezen en stippelen onze eigen weg uit . Te weinig leren we over hoe God ons leven wil leiden. We leren regels die we mogen hanteren, maar de vrijheid die Christus ons geeft gaat juist voorbij aan die regels. Het is vrijheid van binnen. Het vraagt enkel van ons dat we ons werkelijk overgeven aan Hem en niet aan regels, wetten, geschreven of ongeschreven. Wat geld is dat we vrijgekocht zijn, maar dat vraagt navolging.

Zoals Christus zijn leven gaf, zo vraagt God ons om ons leven aan Hem te geven. Het vraagt om een verbroken leven in Hem. Zoals een sporter alles geeft voor de overwinning zo mogen wij alles geven, ons hele leven mag in teken staan van wat Hij ons heeft beloofd. Wat heb jij over voor de overwinning? Ben jij bereid tot het uiterste te gaan? Je leven te geven aan Hem die het voor jou gegeven heeft?