In geloof kunnen we Gods grootheid benadrukken. Het is goed te weten, Gods grootheid, Heiligheid, te onderkennen. Het is een manier bewustworden van onze eigen beperktheid. Het is vergelijking die waar is en tegelijk ook onbegrijpelijk. Gods grootheid is onbeperkt en wat dat inhoudt kunnen we niet bevatten. Wij zelf daarentegen zijn beperkt in tijd, omvang, gedachten. In alles wat we doen eigenlijk. De mens heeft beperkte mogelijkheden van zichzelf. Onze eeuwigheidswaarde is in Hem. Dat maakt dat we afhankelijk zijn.

De mens zoekt voortdurend naar meer grootheid in zichzelf. We denken soms dat we God bijna kunnen evenaren. Echter dit is leugen van het eerste uur. Eva liet zich er door verleiden en nog altijd laat de mens zich verleiden door deze gedachte.

Gods grootheid zoeken kan leiden tot het buigen van ons hoofd om te erkennen Hij is Heer en we willen Hem dienen, of.. het zal maken dat we ons hoofd afwenden en in onbegrip doen schudden.

Het niet kunnen accepteren dat Hij is wie Hij is en niet past in ons denken. Het beeld is dan niet correct. We zien wel de grootheid en macht, maar kunnen het niet plaatsen in de context van wie wij zijn of in dat wat we zouden willen zijn. We voelen ons beperkt, afhankelijk, klein, en willen dit niet erkennen als dusdanig en willen zelf bepalen wat en hoe we ons leven invullen. Deze gedachten sluiten ons af van wie God werkelijk is. We sluiten Hem buiten.

Om God te ontdekken kan Zijn grootheid een eye-opener zijn , maar velen zien dit niet omdat men vervult is van eigen gedachten en er geen ruimte is voor God in hun van eigenbelang vervulde leven. Ze zoeken Hem niet in het onbegrijpelijke en grootse, het Heilige die Hij is, maar willen het leven zelf in de hand nemen. Dit met alle gevolgen die dit met zich meebrengt. Om God te ontdekken is er ruimte nodig. Begrip voor wie ze zijn. Het menselijke, de realiteit het tastbare.

God is realiteit en tastbaar als we het willen zien. Hij is daar waar een kindje geboren wordt. Tastbaar, waardevol, leven, afhankelijk. Hij is zichtbaar in een mooie zonsondergang, in een bloem in bloei, in liefde tussen twee mensen. Ook dit is natuurlijk te ontkennen en in het menselijk brein terug te brengen tot andere gedachten die dit als vanzelfsprekend kunnen uitleggen en soms zelfs wetenschappelijk denken te kunnen verklaren.

God is echter blijven zoeken naar ons hart. Hij gaf Zijn Zoon en schonk het aan de wereld. Juist met kerst denken we daaraan. Vrede op aarde zeggen we dan. We denken dan vooral dat er vrede tussen mensen moet zijn. Wat een mooie gedachte en tegelijk zal er een besef moeten zijn dat onze menselijke houding deze vrede niet kan bewerken. Daarvoor kwam Jezus nu juist.

Jezus als baby kunnen we wel handelen. Hij is teer, kwetsbaar, … zoveel kleiner als wij volwassen mensen. Jezus echter is niet klein gebleven. Hij groeide op en werd een man. Hij vertelde over Zijn Vader God. Daarmee schopte Hij al tegen de schenen van velen. Hij gaf daarmee aan dat Hij groter was en dat Hij hen in relstie met de Vader wilde brengen. Een relatie die ze waren verloren. Onbegrip of niet willen begrijpen dat ze Hem niet konden evenaren.


Jezus is tastbaar aanwezig geworden. Het excuus dat God te ver weg is kan derhalve niet meer gebruikt worden. Dat Hij niet gehoord en begrepen kan zijn vanwege te grote afstand van de realiteit is van de baan. Jezus kwam dichter bij ons menselijk bestaan dan voor mogelijk werd gehouden. Kwam als baby, tastbaar, klein en kwetsbaar. Hij groeide op en liet door Zijn leven en aanwezogheid zien dat Relatie mogelijk is. Hij was behalve het voorbeeld ook degene die van daaruit in contact was met anderen.

De grootsheid van God kan afstand creeren of juist een verlangen naar God. De kleinheid van God in Jezus maakt dat we ons willen buigen of er boven gaan staan en de kracht van tederheid negerend. Het leven van Jezus kan ons doen besluiten Hem te volgen of er afkeer van te hebben. Alles in ons kan aangesproken worden maar wat bepaald nu welke rol Hij in ons leven heeft? Voelen we ons als mens niet vaak als opstandige tieners die zelf willen bepalen, die overal een mening of gedachte over hebben? Deze fase keur ik niet af overigens. Het is een fase die we veelal nodig hebben om tot een volwassen besluit te komen.

Ik vraag me af in welke fase mensen soms verkeren. Welke ruimte heeft God nu in ons leven? In mijn eigen leven zoek ik er naar. Ik verlang er naar Hem te volgen en te doen waartoe Hij me oproept. Anderzijds is dat lastig. Alles in mijn wezen schreeuwt naar allerlei zaken. In mij schreeuwt de mens die naast het ontvangen en willen uitdelen van die grootsheid van Gods liefde die ik zelf heb mogen ontvangen ook een stem die mij voortdurend weerhoudt om niet al te kwetsbaar te willen zijn. Kwetsbaarheid maakt namelijk ook raakbaar. En waar we geraakt worden is er ook een mogelijkheid om geraakt te worden in onze pijn. Dat maakt angstig. Dat weerhoudt me er zo vaak van. Jezus leert ons dat het iets oplevert maar tegelijk laat het ook zien dat het iets kost. Namelijk iets wat in de weg staat. Namelijk onszelf.

De grootste blokade om God te zien zijn we zelf. Om dichtbij Hem te Zijn mogen we juist onszelf geven. Het veranderd ons, maar tegelijk mogen we meer en meer onszelf worden. We ontdekken onszelf in Zijn Aanwezigheid. Door met Hem te wandelen groeien we in relatie met Hem, anderen en uiteindelijk ook onszelf.