Johannes schrijft dit aan de zeven gemeenten in Asia [ (= Turkije) ] : Ik bid dat God in alles goed voor jullie zal zijn. En dat jullie vol zullen zijn van de vrede van Hem die is en die was en die komt, de vrede van de zeven Geesten die voor zijn troon staan, en de vrede van Jezus Christus. Hij heeft ons de hele waarheid bekend gemaakt en Hij is te vertrouwen. Hij is de eerste die uit de dood opstond. Hij is de hoogste Koning op aarde. Hij houdt zoveel van ons, dat Hij ons door zijn bloed heeft schoongewassen van onze ongehoorzaamheid aan God. Daarom moeten we Hem alle eer geven! Hij heeft koningen van ons gemaakt en priesters voor zijn God en Vader. Hij regeert voor altijd en eeuwig! Amen! Zo is het!
OPENBARING 1:4‭-‬6 BB
https://bible.com/bible/1276/rev.1.4-6.BB

Johannes schrijft aan de op dat moment bekende gemeenten. Hij benoemt ze omdat hij ze wat te vertellen heeft. Het is niet voor een persoon in het bijzonder, maar voor allen om te horen. Dus moet het belangrijk zijn. Ook moet het niet ingewikkeld bedoeld zijn geweest.

We hebben er veelal een ingewikkeld iets van gemaakt in de huidige kerk. Openbaring is een lastig boek zeggen we dan. Toch is het befoeld geweest als onderdeel om er je voordeel mee te doen.
Hij benoemt een aantal zaken die bij ons wellicht vreemd overkomen maar die het in wezen niet zullen zijn.

Hij wenst een ieder vrede toe. Dus geen onvrede zoals dit boek openbaring soms gebruikt wordt. Ze wordt gebruikt in bepaalde gevallen om angst te zaaien. Maar God is een God die we mogen vrezen, maar dat gaat over respect voor wie in Hem geloven. Voor wie gelooft is er vrede in Jezus naam gewenst in alle opstandigheden. Ook als het niet goed gaat wenst Hij ons vrede. De vrede van de 7 geesten voor de troon. De vrede van Jezus Christus.

Dat is het wezen van Christus. Vrede van God door Hem. Hij heeft alles gedaan en betekent. Hij is nog altijd van invloed en betekenis omdat Hij leeft. Dat is waar en waarachtig. Daarom mogen we zien als openbaring dat we in Hem alles mogen zijn wat we nooit voor mogelijk hadden kunnen houden zonder Hem. We mogen koningen zijn en priesters. Voor Gods troon staan en ons aan Hem geven. We zijn immers ondanks onze zonden in het lichaam, rein omdat we gewassen zijn door zijn bloed.

Wat een heerlijkheid dat tijd ook hier geen rol speelt. Gods eeuwigheid in deze is van belang. Dat zorgt immers dat we altijd bij Hem mogen komen. Niet beperkt, wij zijn beperkt door tijd, maar Gods nacht is onbeperkt. Hij regeert niet zo nu en dan, maar voor altijd. Ook als we het niet ervaren is Hij er. Dat is eeuwigheid. Nml zonder begin en zonder eind. Wij hebben hrt over eeuwig als iets wat komt. Maar eeuwig is er altijd geweest. Hij is van al tijd.