Meestal ligt de nadruk in de kerk op het sociale gebeuren tov de ander. We roepen op om goed te zijn voor de ander, daarin God te dienen. Het is waarheid, dat dit goed is te doen. Maar voor veel mensen is deze oproep in de kerk als vanzelfsprekend geworden. Het is ee roep die je hoort, maar die vaak geen echte indruk meer maakt.

Misschien vindt je dat ik overdrijf of vindt je het pijnlijk als ik het zo benoem. De vraag is of het je raakt of het nu goed of slecht met de ander gaat. Natuurlijk wil je in. Principe dat het de ander goed gaat. Maar raakt het je werkelijk waar het met anderen niet goed gaat en hulp nodig heeft? Dat elke willekeurige ander ook een kind van God is en ben je bereid met die ander te delen?

In hoeverre maken wij keuzes in ons leven die niet enkel om ons zelf draaien? Welke uitwerking heeft jou manier van leven, jouw keuzes en de dingen die je kiest of nalaat invloed, dusdanig dat het levensveranderend is?

Ik vindt dit een confronterende vraag/opmerking naar mijzelf toe. Het is dat ik in de zorg werk en dan ook nog de christelijke zorg dat ik mensen help, maar ff buiten dat om? Hoe sta ik er dan nog in? Ik ga de vraag niet beantwoorden naar jullie, maar hoop dat de vraag en opmerking iets beweegt in je zelf, zoals het ook iets bij mij beweegt.

Ik geloof dat Jezus ons oproept om sociaal iets voor de ander te betekenen, maar ik geloof ook dat het niet gaat om het doen an sich. Het gaat verder dan dat. Een goede vriend spreekt dat in onze tak van sport (de zorg vanuit CHOG) er zowel geroepenen zijn als huurlingen. We kunnen doen wat we doen omdat hey ons beroep is of omdat we er voor gevraagd zijn, maar we kunnen het ook doen met overgave. Met hart en ziel. Omdat we er voor geroepen zijn.

Dat laatste maakt dat we voorbij gaan aan het logische. We werken dan op andere tijden misschien. Maken meer uren wellicht. Doen het met meer passie. Zetten een stap harder. Zoeken naar mooiere, betere mogelijkheden. Waarom? omdat we gedreven zijn door de liefde van Christus.

Dit is mijn verlangen, om. Meet nog dan tot nu toe gedreven te worden door de liefde waarmee Jezus gedreven was om ons (jou en mij) te redden. Vrij te maken. Te genezen. Te herstellen. Vrij te zetten. In Jezus naam wil ik uitspreken dat er geen andere naam is die vrijmaakt. Dat we vrij mogen worden van de gelatenheid die er veelal in ons is en dat ons hart een van bewogenheid mag zijn voor een ieder in nood.