Vandaag zit ik heerlijk op het terras ergens in paramaribo. Voor mij staat een glas sap en kop koffie.

Ik zit na te denken over waar ik ben en de bijzondere omstandigheden en mensen die ik heb ontmoet.

Onvoorstelbaar voelt het hier te mogen zijn. Ik zit te lezen te bidden en te zoeken wat Gods reden is voor mijn zijn hier.

Natuurlijk heb ik samen met mijn collega training gegeven en hoop en geloof ook dat dit tot zegen zal zijn.

Dat is de praktische kant van het verhaal. Puur feitelijk doen we gewoon een uitwisselingsproject, maar wat we enerzijds zeggen en aanhalen in de trainingen, dat willen we zijn als de individuen die we zijn.

We hebben gesproken en gedeeld wat het betekent om present te zijn in de levens van mensen maar tegelijkertijd zoeken we dat dus ook in de praktijk van alle dag. In Nederland, maar ook hier op dit moment in Suriname.

Het is vrij gemakkelijk een training te verzorgen. Dit vraagt enige feitelijke kennis en voorbereiding, maar dat is nog niet werkelijk present zijn.

Present is daar te zijn waar nodig. Daar te zijn waar je een bijdrage kunt leveren. Ieder mens heeft het recht om te kunnen zijn en gewaardeerd te worden. We willen de tijd nemen om iedereen het oprechte gevoel te geven dat men er toe doet.

“Het is niet jij die de wereld een plaats geeft, maar het is de Ander, die jou aanspreekt, appelleert en jou een plaats geeft”
-Levinas-

Er is overal ter wereld vraag naar erkenning. Er te mogen zijn is een behoefte. Door vanuit eigen ervaringen te spreken en te handelen kunnen werkelijk contact leggen met de ander. De ander te voorschijn luisteren noemt mijn collega dat.

De wereld veranderen begint bij jezelf zeggen we vaak. Daar schuilt een waarheid in. Tegelijk is het onwaar te noemen als we enkel bezig zijn met onszelf en vanuit onszelf. Het zijn niet onze gedachten en gevoelens die de wereld zullen veranderen.

Werkelijke verandering vindt plaats waar de Ander gaan ontmoeten. De Bijbel leert ons God lief te hebben boven alles, maar Jezus zegt daarbij dat het liefhebben van de naaste als jezelf het tweede gebod is welke daaraan gelijk is. Daarom ook dat ik de Ander met hoofdletter schrijf.

We mogen ontdekken dat de Ander meer is dan slechts de mensen om ons heen. In Hebreeën 13:2 kunnen we het volgende lezen:

Wees altijd gastvrij voor vreemdelingen, daardoor hebben sommigen, zonder het zich bewust te zijn, engelen in huis gehad.

God toont zich aanwezig in de andere mens. God ziet wat er doen en zeggen. Hij kent als geen ander ons hart en leven. Onze gedachten zijn bij Hem bekent.

Hier te zitten, te overwegen , de liefde te ervaren van broers en zussen. De verbinding te ervaring vanuit het verlangen te mogen delen, maar van daaruit oprecht veel meer te ontvangen dan we op dit moment zelfs ook maar kunnen zien, maar reeds nu te mogen ervaren welk een voorrecht het is dat we er als mens toe doen.

We mogen er voor de Ander zijn en daaruit ontdekken waardevol te zijn. Niet omdat we iets doen, maar omdat de Ander ons waardevol maakt door Zijn aanwezigheid. Hij is immers de grote Aanwezige. Hij is in die ander en daardoor is Hij de Ander in ons leven die aandacht behoeft. Onze oprechte en echte ikzelf.

Jezus is voor ons die Ander die het koninkrijk verlaten heeft om bij ons te komen en voor ons de Ander te zijn. De minste te worden. Ons de Vader te laten zien en met Hem in contact te brengen door oprechte ontmoeting met Hemzelf. Hij gaf Zijn leven voor de Ander. Voor ons om daarmee God de Vader te dienen. Hij ging tot het uiterste.

De Ander de moeite waard. Waarom? God is daar! Willen we God ontmoeten, weten wie Hij is? Dan mogen we uit onze introspectieve houding komen en uitstappen, present zijn in woord en daad er voor de ander zijn.